We leven in een tijd waarin het lijkt alsof prijs vaak de enige factor van belang is. We willen wel kwaliteit maar het mag vooral niet te duur zijn. Ik praat met Volkert Engelsman in een driedelig interview over het misverstand dat bestaat tussen prijs en kosten. En dit onderwerp is los te laten op elke bedrijfstak. In dit eerste deel vertelt deze energieke en inspirerende ondernemer hoe hij met zijn bedrijf de balans opnieuw heeft opgemaakt en daar buitengewoon veel succes mee heeft.

Door de eeuwen heen is de verlies- en winstrekening van elke organisatie een eenvoudige calculatie geweest. Het verschil tussen traditionele baten en kosten bepaalde de winst. Daar begint nu verandering in te komen. Door de werelden van hoofd en hart samen te brengen ontstaat een nieuwe winstdefinitie. De samenleving is toe aan transparantie met betrekking tot gezondheids-, ecologische en sociale kosten en baten. Ik sprak met de oprichter van Eosta.

Faust gaf de aftrap

Volkert Engelsman heet hij, biologisch groente- en fruitondernemer. Een bevlogen man die van jongs af aan al begreep dat vernieuwing vanuit een trendsettende minderheid komt. Tijdens zijn vormende jaren op de Vrije School in Duitsland was er niet alleen aandacht voor het hoofd maar vooral voor het hart. Daar maakte hij kennis met vrijwel alle filosofen inclusief die uit de klassieke oudheid. Op 16-jarige leeftijd was hij al bezig met het proces van hoe je kan worden wie je bent. ‘Het was meer een appél om na te denken over de zin van dingen. In die tijd zag ik de Faust van Goethe en dat was één groot inspiratiemoment.’ Volgens Engelsman meteen ook de eerste bouwsteen voor Eosta dat hij later zou starten.

Maatschappelijk idealisme ontmoet commercieel realisme

Een andere inspiratie is klassieke muziek; ‘een universele taal die helpt wat dichter bij je bron te komen.’ Toen overwoog hij cello te gaan studeren aan het conservatorium. Maar ook de economie trok.  Het was een keuze tussen het verdiepen in de sfeer van harmonie en het intensief kijken naar hoe de wereldhandel van vandaag er nou eigenlijk uitziet. Beiden trok hem erg maar het werd de economie. ‘De twee aandachtsvelden zie je terugkomen in de slogan van het bedrijf: ‘Where ecology meets economy’. Een metafoor voor waar maatschappelijk idealisme commercieel realisme ontmoet.

Zijn eerste baan was bij agro-chemische gigant Cargil in de VS. Meteen in het hart van de wereldeconomie aan het werk en ondergedompeld in een warm bad van ondernemerschap maakte hij kennis met ruim Amerikaans denken. Volledig vrijgelaten kon hij tegelijkertijd ook congressen organiseren over karma en reïncarnatie, leven na de dood, meditatie en euthanasie. Toch merkte hij dat er ondanks die vrijheid niet zo veel begrip in beide werelden was voor die andere wereld. ‘Bij Cargill zeiden ze soms, wat ben je toch voor vage dingen aan het doen. Ik dacht altijd wat merkwaardig dat mensen die werelden niet kunnen verenigen.’

De twee werelden verbinden

Engelsman herinnert zich de bijzondere gebeurtenissen die vanaf eind jaren tachtig plaats vonden. ‘In 1989 ging de hemel open. Het begon met het vallen van de muur, de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, Mandela kwam vrij,. Vaclav Havel werd president, Gorbachev sprak over glasnost, perestrojka en richtte samen met Al Gore Green Cross op. Als je even door je oogharen kijkt, dan was dát het moment waarop ik dacht: zo, het is tijd om die knop om te zetten en die twee werelden te verbinden.’

Het communisme mocht dan dood zijn, maar dat wilde nog niet zeggen dat het kapitalisme leefde. Engelsman legt uit dat zolang allerlei maatschappelijke schade wordt afgewenteld op toekomstige generaties en dat niet wordt verdisconteerd in ons bruto nationaal product we onszelf voor de gek aan het houden zijn.  Kortom er is een nieuwe economie nodig waarin de vervuiler betaalt en degene die maatschappelijke waarde creëert wordt beloond.

Zo ontstond ook het appél om opnieuw de verlies- en winstrekening te definiëren waarbij rekening wordt gehouden met de werkelijke productiekosten die niet meer op onze kinderen mogen worden afgewenteld. Dat begint nu gelukkig steeds meer te kantelen en vanuit het exclusieve domein van de groene beweging in te dalen in de financiële wereld.

Anoniem moet transparant worden

‘Als jij niet weet waar het product vandaan komt, laat staan wat de impact op de natuur en de mens is dan koop je dat makkelijker dan wanneer je denkt; wacht eens even…’ Anonimiteit vervangen door transparantie werd het uitgangspunt van de nieuwe onderneming. Engelsman spreekt bevlogen en ook nuchter over de verandering die hij met zijn internationale groente- en fruitgroothandel beoogt te creëren.

En dan gaat het om transparantie met betrekking tot de impact op gezondheid, de natuur en de sociale werkelijkheid. Deze drie vormen de kernwaarden van de onderneming. ‘Healthy, organic fair. Succes of winst is pas winst als ook gezondheid, de natuur en samenleving winnen.’ 

‘Op dit moment is dat niet zo. Degene die de kluit het meest belazert, die kan het rijkst worden. Hoe meer je kleuters in Azië uitbuit, al dan niet zichtbaar, en hoe meer je klimaat- en biodiversiteitsschade afwentelt op je kinderen, hoe rijker je zelf wordt.’ Dat uitgangspunt is nu aan het kantelen. Natuurlijk- en sociaal kapitaal beginnen schaars te worden en financiëel kapitaal lijkt steeds minder waard, want in overvloed beschikbaar. 

De vraag die Eosta ging stellen was of er duurzaamheid kan zijn zonder transparantie? Wat is duurzaam, wat is natuurlijk kapitaal, wat is sociaal kapitaal eigenlijk, wat is een eerlijk loon? Hoe bevorder je bodemvruchtbaarheid, biodiversiteit, waterbergend vermogen van de grond, hoe voorkom je dat broeikasgassen disproportioneel onze industrie of landbouw verlaten? Dat waren allemaal vragen waar Engelsman geen antwoord op had. Hij wist alleen wel; ‘laten we nou maar eens beginnen met meer transparantie in de keten waarbij ieder van elkaar weet wat de impact is op de samenleving. Dit inzicht heb ik ook te danken aan Cargill waar juist het omgekeerde gold: hoe anoniemer hoe makkelijker de business case. Wat niet weet wat niet deert.’

Werkelijke kosten van een hamburger

Als voorbeeld noemt Engelsman een alledaags en begrijpelijk product waar de consument geen idee over heeft. ‘Hoe kan het zijn dat de werkelijke kosten van een hamburger volgens experts €250 zijn terwijl hij €1,95 betaalt? En wie betaalt dat verschil? Op deze manier zagen we letterlijk aan de stoelpoten van onze eigen vitaliteit op de lange termijn. ‘Op de een of andere manier lijken we op een junkie die verslaafd is aan een korte termijn winstdefinitie zonder erg te hebben in de gevolgen voor de toekomst.’ Uit deze gedachte is de duurzaamheidsbloem ontstaan van Nature & More, een gevisualiseerd dashboard voor duurzaamheidsprestaties. Op basis hiervan worden de vier M’s op de keten losgelaten; Meten, Managen, verMarkten en Monetarisaren.

In het volgende deel vertelt Engelsman dat het blijven belazeren van de kluit geen lange termijn perspectief meer biedt. De vier M’s worden verder uitgewerkt.