Als je begint als fotograaf, en ook als je wat verder bent in je carrière, is het zo goed mogelijk willen doen meestal de drijvende kracht. Perfect willen zijn, aan de verwachting van de klant willen voldoen. En aan die van jezelf. Ik dacht ook altijd dat minder glimmend of net even anders of onverwacht gelijk stond aan gebrek aan talent. Perfectie zat in het polijsten. En als het niet glom, dan was ik niet in staat om het te laten glanzen.

Tegenwoordig denk ik daar wel anders over. De ‘perfecte’ foto is niet altijd beter dan de foto die ontstaat uit een toevalmoment. Een moment dat je als mislukt zou kunnen interpreteren. In de seconde dat er even niet wordt gewerkt of gedacht aan de traditionele perfecte en vooraf bedachte uitkomst, ontstaan eerlijke en echte momenten. Het voelt dan ook meer aan als mijn echte leven, niet perfect en veel herkenbaarder.

Kijk eens naar de grote meesters als Cartier Bresson, Warhol en Avedon. En Leibovitz en Platon. Veel iconische foto’s zijn gemaakt op net dát moment dat de geportretteerde er even niet mee bezig is. Ik heb honderden sessies gedaan. En de meeste foto’s zijn allemaal netjes binnen de lijntjes gekleurd. De meest aansprekende, ontroerende foto’s zijn echter net die tussen de ‘perfecte’ foto’s inzitten. De ‘tussenmomenten’. Net een halve seconde voor of na de foto’s die ik had gepland. Deze foto’s lijken veel meer betekenis te hebben dan het conventionele portret. Laten meer zien. Hoe we echt zíjn.

Natuurlijk is er een plaats voor zeer gepolijst en tot in de puntjes voorbereid en uitgevoerd beeld. Het enige wat ik hoop duidelijk te maken is dat er ook plek is voor ‘fouten’, onverwachtheden en een andere uitkomst dan gepland. Wat daar wel voor nodig is is dat je open staat voor die kans. En er dus in zekere zin voorbereid op moet zijn.

Dit klinkt misschien tegenstrijdig. Voorbereid zijn op het onverwachte. Natuurfotografen zijn daar meester in. Dieren doen gewoon wat ze willen en bijna niets is voorspelbaar.

Voor portretfotografen, maar ook andere disciplines, hoop ik simpelweg dat we accepteren dat we in die tussenmomenten het meer ruwe en eerlijke beeld gaan vinden. Tegenover geaccepteerd en gepolijst.  Als we erop zijn voorbereid tenminste. Daar zitten vaak de pareltjes en de échte verbinding.

Het lijkt of glanzend en perfect de makkelijke weg is. Als fotograaf hebben we dus een mooie taak om onze kijkers te laten wennen aan een andere manier van kijken. En onze opdrachtgevers ook dát te laten zien wat ze niet verwachten. En ons sterk maken voor dat eerlijke beeld waarmee we nét een authentieker verhaal vertellen. En vaak veel meer cultureel relevant.