Als je niet een beetje bang bent voor je doel, dan is je doel niet groot genoeg. Als je niet een beetje buikpijn hebt dan is je droom te klein. Een doel zonder buikpijn is geen doel maar je huidige staat van zijn.

Leven met een (te) klein doel, is handig. Op de korte termijn. En best leuk. Je kunt lekker bezig zijn met wat nu belangrijk is. En dan zijn we ook niet bang.

Maar als we zeggen; “Ik ben bang”, dan lijkt het of dit voor altijd is. Je zegt ook niet: “Ik ben griep”, of “Ik ben hoofdpijn”. Nee, we weten dat dit tijdelijk is. We hebben er nu last van en het gaat weer over.

“Nu ben ik bang voor het starten van mijn project”, is iets heel anders dan: “Ik ben bang”.