Ik sprak recent een jonge getalenteerde kunstenares. Ze heeft moeite heeft met het vragen van een goed bedrag voor haar werk. “Ik kan toch nooit zoveel vragen? Dat gaat niemand betalen.”

Ik gaf haar het voorbeeld van een exclusief schoenenmerk. Er zijn mensen die wel euro 600 betalen voor een bijzonder paar schoenen. “Oh, dat zou ik echt noooit doen”.

En dit is dan meteen waar het fout gaat. Het feit dat je zelf nooit een groot bedrag voor iets als een paar schoenen zou betalen betekent niet dat een ander niet meer geld zou overhebben voor jouw werk. Meer dan jij het zelf waard vindt.

Onze financiele barometer is vaak in onze jeugd al bepaald. Door hoe de mensen om ons heen over geld en waarde dachten en vaak nog steeds denken. Dat is niet goed of fout, maar wel een feit. De uitwisseling van geld en de hoogte van het bedrag zijn een uiting van de waardering voor dat wat in ruil wordt verkregen.

En dat gaat twee kanten op. De maker ontvangt waardering in de vorm van geld. De koper geeft waardering en uit dat door de hoogte van het bedrag wat zij bereid is te betalen. Door de hoogte van het bedrag ontstaat een dans tussen twee partijen die elkaar waarderen en opzoeken.

We moeten onszelf dus niet de verkeerde limiet opleggen. Als we onszelf meer waard vinden, dan trekken we de klanten aan die het daarmee eens zijn. En niet iedereen. Wel de persoon die het er graag voor over heeft. Die jou kiest om wat jij maakt.