Op school mochten we niet afkijken. Omdat we alles zelf moesten verzinnen. Elkaar helpen mocht niet. Dat is mogelijk één van de oorzaken waarom we lastig vinden om als maker van iets, als kunstenaar of als ondernemer te kijken naar wat anderen doen. We denken dat we 100% origineel moeten zijn.

Ruim 10 jaar geleden deed ik een 6-daagse workshop portretfotografie bij Norman-Jean Roy (NJR) Ik had toen nog niet goed door dat het een klein wonder was dat ik een plek had. Hij had een week vrijgemaakt in zijn megadrukke schema. Ik vloog naar Santa Fe in New Mexico en had na de eerste halve dag pas door hoe bijzonder dit was.

De eerste dag bij Santa Fe Workshops was het al meteen raak. NJR vertelde hoe belangrijk het is je goed te verdiepen in diverse kunstvormen. Schilder- en beeldhouwkunst, maar ook architectuur, dans en theater kunnen grote bronnen van inspiratie zijn. Nadat ik weer thuis thuis was heb ik zijn advies destijds min of meer in de wind geslagen. Ik dacht: ‘ik verzin het zelf wel’ of ‘ik ga toch niet kopiëren?’. Tot ik er langzaam achter kwam dat vrijwel alles al is verzonnen. En dat elke kunstenaar zich laat inspireren en motiveren. En dan zijn/haar eigen interpretatie creëert. En dat, hoewel er mogelijk gelijkenis is met ander werk, je altijd je eigen kunst schept.

NJR’s advies is denk ik het meest krachtige en belangrijke wat ik heb meegenomen. Zie ik nu in. Voor het eerst zag ik recent een echte Caravaggio; ‘The Seven Works of Mercy’ in de Pio Monte della Misericordia kerk in Napels. En NJR heeft gelijk. Caravaggio is één van zijn voorbeelden, en dat zie je ook terug in zijn werk. Niets raakt zo intens als het zien van kunst, in het echt. Daar heeft iemand 400 jaar geleden met penseel het licht gevangen. En nu geeft hij het door, aan ons. Afkijken mag.